Het dossier

Een verbrandingsoven roept uiteraard heel wat vragen op. Wat is dat precies voor een beest, en wat voor afval zal daar dan verbrand worden. Wie zijn die mensen die dit project willen realiseren, en waar precies?

Veel vragen, maar met de informatie in onderstaande pagina's kom je al een heel eind.

Op deze pagina's kan je een algemene beschrijving vinden van de verschillende aspecten binnen het dossier. De meest gedetailleerde informatie over het project kan je vinden in het MER rapport (MilieuEffectenRapport) dat samen met alle bijlagen beschikbaar is op onze site.

Hou er wel rekening mee dat het MER rapport is opgesteld door de initiatiefnemers. De informatie is dus eenzijdig en gekleurd om het project in een zo positief mogelijk daglicht te stellen.

[terug naar de inhoudstabel]

Technisch overzicht

[terug naar de inhoudstabel]

De storthal

Vrachtwagens storten het afval in een grote ondergrondse hal die men de storthal noemt. Met een grote grijpkraan wordt het afval van daaruit in de voedingsmond van de oven gebracht. Het afval zelf moet zorgen voor een luchtdichte afsluiting van de oven zodat deze onder onderdruk kan werken.
De kraan die het afval in de oven brengt kan ook gebruikt worden om het afval eerst te mengen om een homogener mengsel te bekomen.

[terug naar de inhoudstabel]

De roosteroven

De oven die men in Kampenhout wil bouwen is van het klassieke roosteroven type.
Hierbij komt het afval dat in de voedingsmond van de oven wordt gestort op een rooster terecht waarop het verbrand wordt.

De eigenlijke verbranding zelf is op te delen in vier deelprocessen:

  • Drogen van het afval
  • Vergassing van het afval, waarbij vervluchtigde koolwaterstoffen ontsnappen uit het afval
  • Ontvlammen van het afval
  • Uitbranden van het afval

Na het verbrandingsproces blijven er twee soorten restfracties over. Enerzijds de rook, anderzijds de vaste restfractie die men de 'slakken' noemt.

[terug naar de inhoudstabel]

Energie recuperatie

De warmte die vrijkomt bij de verbranding van het afval wordt deels omgezet in stoom. Die stoom kan men bijvoorbeeld leveren aan tuinbouwers voor de verwarming van hun serres.

Wanneer er in de omgeving van een verbrandingsoven onvoldoende afnemers van stoom gevestigd zijn, kan men de stoom afwenden naar een stoomturbine en op die manier omzetten in elektriciteit.
Daarbij gaat echter heel wat van het energetische vermogen verloren. Met andere woorden: het rendement hiervan is een stuk lager.

[terug naar de inhoudstabel]

Behandeling van de rookgassen

Aan de rookgassen wordt eerst het ketelas onttrokken (in de stoomketel). Vervolgens worden ze vermengd met ammoniak (waarom ammoniak?) om de stikstofoxiden (wat zijn dat?) om te zetten in stikstof (wat is dat?).
Daarna worden de rookgassen verder afgekoeld door de half-natte gaswassing met water en kalkmelk. De kalkmelk zorgt ervoor dat het zoutzuur, de waterstoffluoride (vloeizuur) en de zwaveldioxide neerslaan als zouten.
Vervolgens wordt er actieve kool in de rook geinjecteerd. De bedoeling daarvan is dat dioxines, furanen en zware metalen zoals kwik zich vastzetten in de poriën van de actieve kool. Die actieve kool wordt samen met de zouten en stofdeeltjes apart afgevoerd en is het laatste wat er uit de rook wordt gehaald vooraleer die door de schouw naar buiten wordt gevoerd.

Dit proces noemt men een 'half-natte' gaswassing. Een gevolg van de halfnatte gaswassing is dat de rookgassen met een lagere temperatuur uit de schouw komen. Daardoor zal het vocht in de rook bij contact met de koudere buitenlucht onmiddellijk gaan condenseren en krijg men dus een witte rookpluim.

[terug naar de inhoudstabel]

Restfracties

Na het verbranden blijven er nog een aantal restfracties over. Het merendeel hiervan moet worden afgevoerd naar een stortplaats van klasse 1, maar sommigen kunnen worden gerecycleerd.

[terug naar de inhoudstabel]

Ketelassen

De ketelassen die aan de stoomketel zijn onttrokken, zullen worden afgevoerd naar een stortplaats van klasse 1. Voor de verbrandingsoven in Kampenhout zou dit gaan om 2600 ton per jaar.

[terug naar de inhoudstabel]

Rookgasresidu

De andere stoffen die tijdens de behandeling van de rookgassen zijn uitgefilterd, worden eveneens afgevoerd naar een stortplaats van klasse 1. Het gaat om 7100 ton per jaar.

[terug naar de inhoudstabel]

Ferro en non-ferro metalen

Bodemassen zijn de assen die overblijven in de oven na de verbranding. Het is dus een residu van niet brandbaar materiaal en as. De bodemassen worden ter plaatse verder gebroken en gezeefd om er de ferro- en non-ferro metalen uit te halen. De ferro- en non-ferro metalen worden voor recyclage afgevoerd. Het gaat om 4050 ton per jaar.

[terug naar de inhoudstabel]

Granulaten groter dan 2mm

Wat overblijft zijn granulaten die worden onderverdeeld volgens grootte. Granulaten die groter zijn dan 2mm laat men zes tot twaalf weken buiten liggen om te verouderen. Daarna kunnen ze worden aangewend als bouwgrondstof.

Elk jaar zal 20.000 ton van deze granulaten worden afgevoerd.

[terug naar de inhoudstabel]

Granulaten fijner dan 2mm

Granulaten met een diameter kleiner dan 2mm worden afgevoerd en gestort op een stortplaats van klasse 1. Het gaat om 16.400 ton per jaar.

In de toekomst wil men ook deze restfractie verder ontginnen op de site.

[terug naar de inhoudstabel]

Gebruik van chemicaliën

De installatie verbruikt tijdens haar werking de volgende chemicaliën

Component Hoeveelheid
Ammoniak 18 ton/week
Ongebluste kalk 62 ton/week
Actieve kool 1,5 ton/week

Al deze stoffen zullen worden aangevoerd met vrachtwagens.

[terug naar de inhoudstabel]

Betrokken partijen

[terug naar de inhoudstabel]

Initiatiefnemers

Op papier is het project een initiatief van Recover Energy.

De werkelijke initiatiefnemer is de firma De Coninck uit Veltem-Beisem, een familiebedrijf dat actief is in aannemingswerken en containerverhuur.

[terug naar de inhoudstabel]

De partners

Voor de bouw van de verbrandingsoven doet men beroep op de firma Keppel-Seghers die reeds verscheidene afvalverbrandingsovens in België heeft gebouwd.

[terug naar de inhoudstabel]

De tegenstanders

vzw Stop de Oven overkoepelt het verzet van de omwonenden tegen de plannen voor deze afvalverbrandingsoven. Voor een opsomming van de tegenstanders van dit project verwijzen we dan ook graag naar ons draagvlak.

[terug naar de inhoudstabel]

De overheid

De belangrijkste vergunning voor de bouw van een afvalverbrandingsoven is de milieuvergunning. Aangezien het om een milieuvergunning van klasse 1 gaat ligt de bevoegdheid daarvoor bij de provincie.
Het is dus de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant die de milieuvergunning moet afleveren.
Tegen de beslissing van de deputatie kan in beroep worden gegaan bij de Vlaamse Minister van Leefmilieu

De bouwvergunning wordt in eerste instantie afgeleverd (of niet) door de gemeente Kampenhout. Tegen de beslissing van de gemeente Kampenhout kan beroep aangetekend worden bij de provincie Vlaams-Brabant.

De initiatiefnemers proberen hun bouwvergunning via de bijzondere procedure te verkrijgen. Dit is meteen op niveau van de Vlaamse overheid

[terug naar de inhoudstabel]

Locatie van de site

Recover Energy wil de afvalverbrandingsoven bouwen op het terrein van De Coninck aan de Leuvensesteenweg 51 in Kampenhout.

Onderstaand kaartje toont de inplanting van de oven:

Voor wie niet precies weet waar het terrein zich bevindt: Als je over de brug richting Leuven rijdt, het ronde punt voorbij, aan je linkerkant (vlak voor de garage van Renault).

De precieze inplanting op Kampenhout-Sas is weergegeven in onderstaande afbeeldingen:


[terug naar de inhoudstabel]