Analyse van het vernietigde Provinciaal Ruimtelijk UitvoeringsPlan Bijzonder Economisch Knooppunt Kampenhout-Sas (versie 2012)

Opgelet: Nieuwere versie beschikbaar

Dit is de analyse van het vernietigde PRUP (versie 2012). Een analyse van het nieuwe PRUP (versie 2015) kan U hier vinden: stopdeoven.be/prup

Woord vooraf

Dit document is een analyse van het vernietigde Provinciaal Ruimtelijk UitvoeringsPlan (PRUP) Kampenhout-Sas (versie 2012). Over dit PRUP loop tot en met 25 juni 2012 een openbaar onderzoek waarbinnen U als burger uw inspraak kan laten gelden.

Strikt genomen staat het PRUP los van de geplande afvalverbrandingsoven in Kampenhout. Beide dossiers zijn echter met elkaar verweven, en het PRUP is een belangrijk onderdeel in de globale strategie van Stop de Oven. Daarom vonden wij het belangrijk om onze achterban te informeren over het PRUP, en onze strategie, en de rol van het PRUP daarin, te duiden.

Het is die intentie die zich heeft vertaald in deze analyse.

Executive Summary

Het PRUP 'Bijzonder Economisch Knooppunt Kampenhout-Sas' streeft naar de ontwikkeling van 25ha bijkomende bedrijventerreinen rond Kampenhout-Sas. Dat streefcijfer is een gevolg van de aanduiding van Kampenhout-Sas als bijkomend bijzonder economisch knooppunt in de tweede herziening van het Ruimtelijk Stuctuurplan Vlaanderen (RSV) die vorig jaar werd doorgevoerd.

Het RSV legt aan de provincie streefcijfers op om bijkomende bedrijventerreinen te ontwikkelen in de steden, en de economische knooppunten. Dit PRUP is de praktische uitwerking van dat streven voor het nieuwe economisch knooppunt Kampenhout-Sas.

Het gebied dat geselecteerd is als nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen bevindt zich tussen de bestaande industriezone ten noorden van de steenweg Mechelen-Leuven, en de Oudestraat. Het zal naar de woonzones toe gebufferd worden met een groenbuffer van minstens 50 meter die gedeeltelijk uit bestaand bos en gedeeltelijk uit nieuw aan te planten buffer zal bestaan. Er komt naar de woonzones toe ook een geluidswal en bedrijven die veel lawaai produceren zullen geweerd worden.

Anders dan wat gebruikelijk is gaat dit PRUP ook over de bestaande bedrijventerreinen op Kampenhout-Sas. Het voorziet in een aanpak in twee fazen waarbij er eerst een reconversie gebeurt van de bestaande bedrijventerreinen. Slechts wanneer die voor minstens 2/3 bezet zijn kan men overgaan tot de tweede fase waarbij het nieuw gebied mag worden aangesneden. Na de eerste fase moet er ook een nieuwe mobiliteitsstudie komen om de problematiek opnieuw in kaart te brengen.

Mobiliteit blijft het heikele punt in dit PRUP, al zitten er een aantal maatregelen in die een poging ondernemen om de problematiek te beperken. Zo wil men geen watergebonden activiteiten toelaten zonder flankerende maatregelen om te vermijden dat iedereen voor de open bruggen staat. Men mikt ook op ruimtebehoevende kleinhandel omdat men inschat dat die relatief minder verkeer aantrekt. Anderzijds roept het PRUP ook op tot een verkeersstudie en visie voor de ruime regio waarmee men aangeeft dat er wel degelijk een mobiliteitsprobleem bestaat.

Binnen het nieuwe economisch knooppunt zullen twee verschillende groepen van bedrijven worden geconcentreerd. De lokale bedrijven op terreinen met een maximum oppervlak van 50 are. En de regionale bedrijven op terreinen met een minimum oppervlakte van 50 are. Die ruimte voor regionale bedrijven is nieuw, en is verbonden aan de nieuwe rol van Kampenhout-Sas als economisch knooppunt.

Waar dit PRUP overlapt met het dossier van de afvalverbrandingsoven is in de bepaling dat afvalverbranding wordt uitgesloten in het volledige economisch knooppunt. Dus ook op het terrein waar men de verbrandingsoven wil bouwen. Eens dit PRUP in voege is kan er dus geen verbrandingsoven op Kampenhout-Sas vergund worden.

Op 5 juni is er een informatieavond over het project, en het openbaar onderzoek waarbinnen iedereen bezwaarschriften kan indienen loopt nog tot en met 25 juni.

Stop de Oven zal een bezwaarschrift indienen waarbij we het uitsluiten van afvalverbranding ondersteunen. Anderzijds willen we opmerkingen formuleren om bij de uitwerking van het PRUP, de hinder voor de omwonenden zo minimaal mogelijk te maken.

[terug naar de inhoudstabel]

Historiek

Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV)

Op de website van het RSV staat te lezen:

Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is een wetenschappelijk onderbouwde visie over hoe we in Vlaanderen met onze schaarse ruimte moeten omgaan om een zo groot mogelijke ruimtelijke kwaliteit te krijgen. Het is sinds 1997 van kracht als kader voor het ruimtelijk beleid.

Het structuurplan stelt dat we de resterende open ruimte maximaal moeten beschermen en de steden herwaarderen zodat zij aangename plekken worden om te leven. Deze visie wordt volgens vier invalshoeken uitgewerkt: voor de stedelijke gebieden, het buitengebied, de economische gebieden en de lijninfrastructuur.

Verscholen in deze ronkende verklaring zitten twee belangrijke passages.

[terug naar de inhoudstabel]

Kader voor het ruimtelijk beleid sinds 1997

Hieruit leren we dat het RSV een kader schept voor het ruimtelijk beleid. Dat wil zeggen dat men in het RSV de krijtlijnen uitzet van hoe er in Vlaanderen met de ruimte moet worden omgesprongen. Dat betekent ook dat er binnen dat kader nog ruimte is voor interpretatie door de verschillende overheden.

Het RSV is dan ook niet bindend, maar richting gevend. Het geeft op een hoog niveau de richting aan waar we met onze ruimte naartoe moeten. Om die algemene afspraken om te zetten in concrete richtlijnen moet er een Ruimtelijk UitvoeringsPlan komen, een RUP. Zo een RUP kan op verschillende bestuursniveau's worden gemaakt. Maakt men een RUP op gemeentelijk vlak, dan noemt men dat simpelweg een RUP. Doet men dat op gewestelijk niveau (Vlaanderen dus) dan noemt men dat een Gewestelijk RUP of GRUP. En doet men dat op provinciaal niveau zoals in dit geval, dan noemt men dat een Provinciaal RUP of, U raad het nooit, een PRUP.

[terug naar de inhoudstabel]

Vier invalshoeken voor drie verschillende gebieden

Een algemene doelstelling van het RSV is om de versnippering van de open ruimte tegen te gaan. Men wil dus de koeien bij de koeien, de industrie bij de industrie, en de huizen bij de huizen. Daartoe is het RSV, op een aparte behandeling van lijninfrastructuur na (wegen, spoorwegen, gasleidingen, enz), onderverdeeld in drie types van gebieden:

  • Stedelijke gebied
  • Buitengebied
  • Economische gebied

Voor elk van deze gebieden zet het RSV krijtlijnen uit. In het economisch gebied staat de ruimte uiteraard ten dienste van de ondernemers. In het stedelijk gebied wil men ruimte voor zowel wonen als industrie, en in het buitengebied (waar Kampenhout en omstreken toe behoort) wil men ruimte bewaren voor landbouw en natuur.

Het is niet omdat er ergens industrie is dat dat meteen economisch gebied is. Ook in het stedelijk gebied en in het buitengebied is er industrie. Echter, om de versnippering tegen te gaan streeft het RSV ernaar om de industrie zoveel mogelijk te concentreren in het stedelijk gebied. En ook in een beperkt aantal clusters in het buitengebied. Zo een concentratie van economische ruimte in het buitengebied noemt men een economisch knooppunt.

[terug naar de inhoudstabel]

Kwantitatieve taakstellingen voor bedrijventerreinen

Reeds van in 1997 werden er in het RSV taakstellingen ingeschreven om extra bedrijventerreinen te ontwikkelen in Vlaanderen. Hoewel dat ondertussen 15 jaar geleden is zijn die taakstellingen nog niet gerealiseerd, en is men dus nog steeds op zoek naar extra bedrijventerreinen. De doelstellingen die in het RSV zijn ingeschreven zijn verdeeld over het gewest en de provincies, en daarbij spreekt men steeds van enerzijds een streefcijfer waar men naar streeft. En anderzijds een minimum dat men moet realiseren.

De provincies moeten de ontwikkeling van deze nieuwe bedrijventerreinen kaderen binnen de voorschriften van het RSV, en moeten dus op zoek naar extra bedrijventerreinen in het stedelijk gebied, of in de economische knooppunten in het buitengebied.

[terug naar de inhoudstabel]

De tweede herziening van het RSV

Het RSV is nu 15 jaar oud, en dus is het niet verwonderlijk dat er onderweg al een paar keer aan gesleuteld is. Als men aan het RSV sleutelt noemt men dat een herziening. Dat gebeurde een eerste keer na zeven jaar, in 2004. En weer zeven jaar laten, in 2011, gebeurde dat opnieuw. Die laatste herziening is dus de tweede herziening van het RSV, en in deze herziening zijn een aantal belangrijke wijzigingen opgenomen voor Kampenhout-Sas.

[terug naar de inhoudstabel]

Kampenhout-Sas wordt een bijzonder economisch knooppunt

In de tweede herziening van het RSV wordt Kampenhout-Sas aangeduid als een bijkomend bijzonder economisch knooppunt. Dat wil zeggen dat het RSV zegt dat de economische activiteit die er in het buitengebied is maar beter kan geconcentreerd worden in Kampenhout-Sas.

De aanduiding van Kampenhout-Sas als economisch knooppunt kwam er niet zonder slag of stoot. Er was heel wat verzet tegen uit de streek, maar ook andere instanties stelden zich vragen bij de impact van de wijziging op de al strakke verkeersknoop rond Kampenhout-Sas.

[terug naar de inhoudstabel]

Geen afvalverbranding op Kampenhout-Sas

Een opvallende passage in het RSV is dat men afvalverbrandingsactiviteiten uitsluit in Kampenhout-Sas. Over de precieze formulering daarvan is er al heel wat gezegd en geschreven. Het is niet even duidelijk of de beperking zich alleen toespitst op de nieuw te ontwikkelen terreinen, of ook op de bestaande terreinen. Veel doet het er allemaal niet toe, want het RSV is alleen maar richting gevend en biedt dus geen garanties.

Uiteraard is die passage die afvalverbranding uitsluit er niet zomaar gekomen. Daarvoor is door Stop de Oven op alle mogelijke manieren hard gelobbyd, en dat ging niet van een leien dakje. Maar uiteindelijk staat het er wel in.

Wat er uiteraard ook instaat is dat Kampenhout-Sas nu een bijzonder economisch knooppunt is, en voor wie liever niet meer bedrijventerreinen geconcentreerd ziet in Kampenhout-Sas is dat uiteraard een streep door de rekening. Als je het wat cynisch bekijkt zou je kunnen vermoeden dat het uitsluiten van afvalverbranding een zoenoffer is voor het bombarderen van Kampenhout-Sas tot bijzonder economisch knooppunt. Het zal de Vlaamse politici die hierover beslist hebben wellicht niet ontgaan zijn dat er heel wat protest was tegen het economisch knooppunt, maar dat er nog veel meer protest is tegen de verbrandingsoven.

We willen niet beweren dat het zo gelopen is, maar voor wie zich moeilijk kan verzoenen met de komst van het economisch knooppunt kan het misschien de pil wat verlichten.

[terug naar de inhoudstabel]

Het PRUP

Als laatste stap in onze historiek zijn we dan uiteindelijk bij het PRUP beland. Het PRUP vindt haar oorsprong in de tweede herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV), het is immers de concretisering van de doelstellingen die in het RSV zijn geschetst.

Het PRUP, zoals het vandaag voorligt, geeft dus een concrete invulling aan wat in het RSV staat. Kampenhout-Sas is nu een economisch knooppunt, en dus moet men daar extra bedrijventerreinen ontwikkelen om te voldoen aan de kwantitatieve taakstellingen voor bedrijventerreinen. Maar er is ook goed nieuws, want het PRUP stelt ook zeer duidelijk dat er geen plaats is voor afvalverbranding op Kampenhout-Sas. Anders dan het RSV dat louter richtinggevend is, is een PRUP bindend. Op wat in een PRUP staat kan dus niet worden afgeweken. Als ambtenaren van de ruimtelijke ordening daarover praten, dan noemen ze dat bindende karakter 'verordenend'.

Met andere woorden, eens het PRUP in voege is kan er geen verbrandingsoven meer vergund worden op Kampenhout-Sas.

[terug naar de inhoudstabel]

Het PRUP Kampenhout-Sas

Op zoek naar extra bedrijventerreinen

We moeten er geen doekjes om winden, het PRUP gaat over het creëren van extra bedrijventerreinen. Specifiek voor Kampenhout-Sas is het streefcijfer 25 hectare. Dat is het uitgangspunt, en het PRUP legt vast hoe er dat in de praktijk zal gaan uitzien.

Daarbij moet het PRUP zich houden aan een aantal richtlijnen die zijn vastgelegd in het RSV:

  • De terreinen moeten gelegen zijn in een economisch knooppunt
  • De terreinen moeten aansluiten bij een bestaand bedrijventerrein
  • De terreinen moeten bereikbaar zijn via grote(re) wegen (primaire of secondair)
  • De terreinen mogen niet gelegen zijn in gebieden die een specifieke bescherming genieten (overstromingsgebied, beschermde landschappen, vogelrichtlijn, enz.)

Bovenop die algemene voorwaarden is er nog een bijkomende voorwaarde voor Kampenhout-Sas die stelt dat de terreinen alleen mogen gelegen zijn ten Noorden van het kanaal Leuven-Dijle (de vaart). Dit omdat men ten Zuiden van het kanaal met vooral landbouw- en natuurgebied zit, en die gebieden wil het RSV precies beschermen.

[terug naar de inhoudstabel]

Het onderzoeksgebied

Als we alle voorwaarden waaraan de terreinen moeten voldoen in rekening brengen, dan is dit het gebied waarin men nieuwe bedrijventerreinen kan ontwikkelen:

Het paarse gebied is reeds bestaande bedrijvenzone. Het rode gebied is woonzone. In het lichtblauwe gebied kan men, rekening houdend met de voorwaarden, bedrijventerreinen ontwikkelen. Concreet gaat het over het gebied tussen het bestaande bedrijventerrein ten Noorden van de steenweg Mechelen-Leuven en de Oudestraat.

Binnen dit gebied wil men bedrijventerreinen ontwikkelen, en het PRUP legt vast hoe dat zal gebeuren.

[terug naar de inhoudstabel]

De bestaande bedrijventerreinen

Hoewel meestal een PRUP zich beperkt tot wat er nieuw is gaat het PRUP Kampenhout-Sas ook over de bestaande bedrijventerreinen. Dat is erg belangrijk, want de plaats waar men de afvalverbrandingsoven wil bouwen ligt binnen de bestaande bedrijventerreinen. Door ook deze terreinen mee op te nemen in het PRUP is de regel dat afvalverbranding niet wordt toegelaten dus meteen ook daar van toepassing.

[terug naar de inhoudstabel]

Soort bij soort

Het PRUP gaat dus over heel het industriegebied Kampenhout-Sas, zowel de niet te ontwikkelen terreinen, als wat er al is. Uiteraard wordt niet zomaar ineens alles gewijzigd voor de bestaande bedrijven. Die mogen doen wat ze doen, en blijven waar ze blijven. Maar de dag dat een bedrijf vertrekt en er een nieuw in de plaats komt moet dat zich wel schikken naar het PRUP.

Het PRUP verdeelt het gebied in een aantal zones. Er zijn zones voor lokale bedrijven, dat wordt dan een Gemengd Lokaal Bedrijventerrein of GLB. En er zijn zones voor regionale bedrijven. Dat wordt dan een Gemengd Regionaal Bedrijventerrein of GRB. In een GLB voor lokale bedrijven mag een perceel niet groter zijn dan 50 are. In een GRB voor regionale bedrijven mag een terrein dan weer niet kleiner zijn dan 50 are. De groten bij de groten en de kleintjes bij de kleintjes dus.

Die regionale bedrijven zijn nieuw. Doordat Kampenhout-Sas een economisch knooppunt is geworden wil men ook de regionale bedrijven hier vestigen.

[terug naar de inhoudstabel]

Maatregelen in het PRUP

Het PRUP mag dan wel als doel hebben om bijkomende bedrijventerreinen te creëren, er staan ook een aantal maatregelen in om die ontwikkeling zo verteerbaar mogelijk te maken voor de omwonenden.

[terug naar de inhoudstabel]

Bufferzones

Het PRUP legt naar de woonzones toe een minimale buffer op van 50 meter. De bufferzone zal voor een deel gebruik maken van het bestaande bos dat behouden blijft. Bovenop de bufferzone komt er (nog steeds naar de woonzones toe) een gronddam om geluidshinder te beperken. Ook zullen bedrijven die veel lawaai produceren geweerd worden.

[terug naar de inhoudstabel]

Bescherming van het mileu

Naast de bufferzones zijn er ook een aantal maatregelen die een extra bescherming moeten bieden voor het leefmilieu, bovenop de bestaande wetgeving. Zo moeten laad- en loszones uitgevoerd worden in ondoordringbaar materiaal om bodem en grondwater te beschermen. Ook 5 meter rond elke waterloop (lees: beek) komt er een bufferzone en er komen ook maatregelen voor de opvang en buffering van hemelwater.

[terug naar de inhoudstabel]

Mobiliteit

Mobiliteit is ongetwijfeld het pijnpunt van dit PRUP. Wie al eens met de auto langs Kampenhout-Sas rijdt weet dat er daar bitter weinig ruimte is om er nog wagens en vrachtwagens bij te nemen. De provincie kan daar ook niet veel aan doen, want de wegen waarover het gaat vallen onder de bevoegdheid van de Vlaamse Overheid. Maar, men erkent tenminste het probleem, en men doet zelfs een verdienstelijke poging om een verkeersfiasco te vermijden.

[terug naar de inhoudstabel]

Gefaseerde Ontwikkeling

Eerst en vooral is er de gefaseerde ontwikkeling. Dat wil zeggen dat men in fases wil tewerk gaan, en tussentijds de mobiliteitssituatie evalueren.

Concreet komt er een eerste fase waarin de reconversie van de bestaande bedrijvenzones op het programma staat. Men gaat dus de bedrijventerreinen die er nu al zijn in lijn brengen met het PRUP. Minstens 2/3 van deze bedrijventerreinen moeten ingevuld zijn alvorens men de nieuwe zone kan aansnijden, en op dat moment zal men ook een evaluatie doorvoeren van de mobiliteitseffecten.

[terug naar de inhoudstabel]

Watergebonden bedrijvigheid

Het PRUP stelt ook dat het ontwikkelen van bijkomende watergebonden bedrijvigheid niet verantwoord is zonder flankerende maatregelen inzake mobiliteit. Maw, men kan niet zomaar extra bedrijven toelaten die vervoer over het water organiseren, en iedereen gezellig voor de brug laten staan.

[terug naar de inhoudstabel]

Sturing van de kleinhandel

Ook de kleinhandel tracht men bij te sturen wat de verkeerssituatie ten goede te komen. Zo beperkt men de uitbreidingsmogelijkheden van de bestaande kleinhandel, en stuurt men aan op 'ruimtebehoevende kleinhandel'. Of om het simpel te zeggen, Brico en consoorten. De redenering hierachter is dat je op de plaats die een Brico inneemt heel wat winkels kan inplanten die minder ruimte nodig hebben, maar daarom niet minder verkeer genereren. Door te mikken op de kleinhandel die veel ruimte nodig heeft (niet alleen Brico maar bv. ook meubelwinkels) hoopt men het verkeerspeil te kunnen drukken.

[terug naar de inhoudstabel]

Studie en visie

Er is nood aan een verkeersstudie en visie voor de ruime regio. Dat wist U al langer, maar het staat nu ook in het PRUP.

[terug naar de inhoudstabel]

Openbaar Onderzoek

Van 26 april tot en met 25 juni 2012 loopt het openbaar onderzoek bij dit PRUP. Het openbaar onderzoek is een periode waarin U als burger uw inspraak kan laten gelden in het dossier. Dat kan U doen door uw opmerkingen en suggesties te formuleren in een bezwaarschrift.

U kan het dossier inkijken in het gemeentehuis van Boortmeerbeek, en in het gemeentehuis van Kampenhout. Tenslotte kan U ook terecht in het provinciehuis, op het provincieplein 1 te Leuven.

U kan delen van het dossier ook online raadplegen op het adres:

Dat leek ons nogal lang, dus we hebben het voor U afgekort tot:

Bezwaarschriften indienen kan tot en met 25 juni door ze af te geven op het gemeentehuis van Boortmeerbeek of Kampenhout, of op het provinciehuis in Leuven.

Opsturen met de post kan ook, maar dan wel naar volgend adres:

Provinciale Commissie Ruimtelijke Ordening
Provincieplein 1
3000 Leuven

Als U zeker wil zijn dat uw bezwaarschrift met de post goed terecht komt kan U het best aangetekend versturen.

Het ene bezwaarschrift is het andere niet

Wie een bezwaarschrift tegen de verbrandingsoven indient zegt van 'we willen hem niet'. Bij het PRUP ligt dat enigszins anders. Het PRUP gaat om de praktische uitwerking van de beslissing om op Kampenhout-Sas extra bedrijventerreinen te creëren. De eigenlijke beslissing om dat te doen, die is al genomen bij de tweede herziening van het RSV vorig jaar.

Concreet kan U het PRUP bijsturen door opmerkingen of suggesties te formuleren over hoe het moet aangepakt worden en waar men rekening mee moet houden. Zeggen van 'ik wil het niet' mag ook, maar de eerlijkheid gebied ons te vertellen dat U daar weinig resultaat van mag verwachten.

[terug naar de inhoudstabel]

Informatieavond

De cel ruimtelijke planning van de provincie organiseert in samenwerking met de gemeentes Kampenhout en Boortmeerbeek een informatieavond over het PRUP. Het PRUP zal er toegelicht worden door Koen Van Bouchout, die projectcoördinator is voor het economisch knooppunt Kampenhout-Sas. U zal er ook de gelegenheid krijgen om eventuele vragen te stellen.

Informatieavond PRUP 'Bijzonder Economisch Knooppunt Kampenhout-Sas'

  • Dinsdag 5 juni
  • Aanvang om 20:00 uur
  • Op de bedrijvensite De Malt, Leuvensesteenweg 352 in Boortmeerbeek

Opmerkingen en Suggesties

U kent Kampenhout-Sas mogelijk beter dan de ambtenaren van de provincie. Het is dan ook een goed idee om die lokale kennis aan te wenden om te komen tot een zo goed mogelijke regelgeving in het PRUP. U hoeft niet te vrezen dat U als 'ambetante' zal gebrandmerkt worden door een bezwaarschrift in te dienen. Integendeel, de provincie rekent op uw input als kwaliteitscontrole op hun eigen voorbereidend werk.

Als U dus een probleem ziet in het PRUP, of een idee of voorstel hebt waardoor het kan verbeteren, raden we U van harte aan om dat te melden in een bezwaarschrift. Om dat voor onze achterban wat makkelijker te maken kan U uw opmerkingen of suggesties doormailen naar info@stopdeoven.be. Wij zullen uw opmerking dan opnemen in een bezwaarschrift dat we in naam van Stop de Oven zullen indienen.

[terug naar de inhoudstabel]

Conclusie

Het PRUP 'Bijzonder Economisch Knooppunt Kampenhout-Sas' vindt in de ogen van sommigen geen genade, omdat het streeft naar de ontwikkeling van 25ha bijkomende bedrijventerreinen in Kampenhout-Sas. Die kritiek is er niet zonder reden. Vooral het aspect mobiliteit is nu al problematisch rond Kampenhout-Sas en de ontwikkeling van het PRUP zal die situatie hoe dan ook niet verbeteren, wel integendeel.

De beslissing om hier bijkomende bedrijventerreinen te creƫren is een gevolg van de aanduiding van Kampenhout-Sas als bijkomend bijzonder economisch knooppunt. Dit gebeurde in de tweede herziening van het RSV in 2011. De provincie is verplicht bijkomende bedrijfsterreinen te ontwikkelen, en kan dat alleen doen in de gebieden die het RSV daarvoor aanduidt, waaronder dus sinds kort ook Kampenhout-Sas valt. Men kan zich terecht vragen stellen bij de aanduiding van Kampenhout-Sas als bijzonder economisch knooppunt, maar in de evaluatie van het PRUP zijn die zelden relevant, die kogel is al een tijdje door de kerk.

Het PRUP zelf doet een verdienstelijke poging om de hinder voor de streek te beperken. Zowel qua ruimtelijke inrichting met ruime groenbuffers en behoud van het bestaande bos, als door vervuilende (seveso) bedrijven uit te sluiten en geen bedrijven toe te laten die veel lawaai produceren.

Opvallende maatregelen zijn de gefaseerde uitwerking waarbij men eerst de reconversie van de bestaande terreinen aanpakt, en pas in een tweede fase de nieuwe ruimte aansnijdt. Bovendien zal de nieuwe ruimte niet worden aangesneden vooraleer er een minimale bezetting van twee derde is in de bestaande bedrijventerreinen Er komt ook een nieuwe mobiliteitsstudie na de eerste fase.

Er zijn nog andere maatregelen die trachtten de verkeerschoas te verkleinen, maar tegelijkertijd erkent het PRUP dat er nood is aan een verkeersstudie en visie voor de ruime regio. Daarmee geeft men ook wel toe dat er wel degelijk een probleem is.

Anders dan wat gebruikelijk is wordt ook de bestaande industriezone opgenomen in het PRUP. Dat is belangrijk omdat dit PRUP afvalverbranding uitsluit in het hele bijzonder economisch knooppunt Kampenhout-Sas. Dat wil zeggen dat als dit PRUP er komt, de verbrandingsoven er niet meer kan komen.

Voor Stop de Oven is de invoering van het PRUP een belangrijk element in de strijd om de verbrandingsoven tegen te houden. De oven tegenhouden (zoals we al meer dan vier jaar doen) is goed, maar zorgen dat hij er nooit kan komen is beter. Op die manier kunnen we 's nachts weer gerust slapen zonder ons zorgen te moeten maken over welk konijn de broers De Coninck nu weer uit hun hoed gaan toveren.

De ontwikkeling van bijkomende industrie op Kampenhout-Sas maakt niet het onderwerp uit van dit openbaar onderzoek. Gezien de mobiliteitsproblematiek op Kampenhout-Sas stellen we ons ernstige vragen bij de aanduiding ervan als economisch knooppunt.
Echter, in de wetenschap dat daar niet meteen wat aan te veranderen valt zijn we tevreden dat de provincie het PRUP aangrijpt om de plannen voor de verbrandingsoven voor eens en altijd naar de prullenmand te verwijzen. Bovendien is het onze indruk dat in de uitwerking van het PRUP een oprechte poging is ondernomen om de hinder voor de streek te beperken.

Dat wil uiteraard niet zeggen dat het niet beter kan. Indien U ideeën of opmerkingen heeft over hoe het beter kan moet U die beslist melden in een bezwaarschrift. Indien U dat wenst kan U ze ook gewoon overmaken aan Stop de Oven, en dan zorgen wij dat ze goed terecht komen.

Wie de behoefte voelt om zich vierkant tegen het PRUP te verzetten moet dat uiteraard gewoon doen, dat is uw volste recht. Wie zich ook tegen het PRUP zal verzetten, zei het dan voor andere redenen, zijn Danny en Franky en hun consoorten van Recover Energy. Reken maar dat zij alles in het werk zullen stellen om dit PRUP tegen te houden. En dat zegt toch ook iets.

[terug naar de inhoudstabel]